Een brief aan mijn lijf

Dag lief lijf,

Wat fijn om je even te spreken. Dat hebben we veel te lang niet gedaan; het spijt me dat het zo lang heeft geduurd.

Nu ik ouder ben, begrijp ik beter hoe we elkaar uit het oog verloren. Weet je nog hoe dat was toen we klein waren, hoeveel spanning en verwarring er was? Ik leerde vooral alert te zijn op de lijven om mij heen. De mensen dichtbij mij waren zelf nog bezig met leren luisteren naar hun eigen lichaam, dus zij konden mij niet leren hoe ik jou kon verstaan. Er was geen ruimte voor wat jij te vertellen had. Als jij iets zei, werd het vaak weggewuifd of afgewezen. Je werd te gevoelig genoemd, een aansteller. Langzaam ging ik jou wantrouwen en geloofde ik dat er iets mis was met jou. Ik dacht dat ik het maar beter zelf kon doen. Wat moet dat verwarrend en pijnlijk voor je zijn geweest. Je werd stiller en ons contact verdween bijna helemaal. Soms vergat ik zelfs dat je er was.

Toen het later minder nodig leek om stil te blijven, liet jij weer van je horen: kriebels in mijn buik, tranen die opkwamen, paniek die me overspoelde. Alsof je zei: “Hallo, hier ben ik. Zie je me nu eindelijk?” In plaats van te luisteren, voelde ik me verraden. Het leek alsof jij ons in gevaar bracht. Het doet me verdriet om terug te denken aan de momenten dat ik je heb gehaat, en heb gewenst dat je niet bestond. Van binnen en van buiten kreeg je kritiek; ik zei dat je het fout deed, mijn omgeving zei dat je anders moest zijn. In paniek ging ik je tegenwerken: ik probeerde door te gaan, te controleren, je weg te duwen, verdoven met suiker en schermen, je schreeuw om rust te negeren. Geen wonder dat je steeds harder ging roepen om gehoord te worden.

En toch bleef je. Ik schaam me dat ik het niet eerder zag, maar zelfs in de jaren dat ik me het meest alleen voelde, droeg ik jou iedere dag met me mee. In subtiele signalen zorgde je voor me: een versnelling van mijn adem als ik geschrokken was, gespannen schouders wanneer ik ergens was waar ik niet moest zijn, een diepe zucht die probeerde los te laten wat ik niet kon dragen. Jij verloor mij nooit uit het oog. Langzaamaan begin ik je nu van binnenuit te herkennen, niet langer alleen via de spiegel van de maatschappij. Ik voel je brede schouders, mijn stevige benen, onze ronde buik. Je voedt me. Je draagt me. Je houdt van me. Jij bent de enige die me helemaal kent.

Het spijt me dat ik je zo lang genegeerd heb, dat ik je pijn deed en soms anderen toeliet jou pijn te doen. Het spijt me dat je zo hard hebt moeten vechten voor ons beide, totdat je bijna niet meer kon. Dat had je niet verdiend. Ik ben niet meer bang voor jouw kracht. Ik beloof beter te luisteren en voor je te zorgen: eten wat ons voedt, bewegen tot het goed voelt, voldoende rusten en hulp vragen als het nodig is. Mijn kritiek op jou zet ik om in nieuwsgierigheid; ik zal je altijd om jouw mening vragen. Jij bent mijn kompas, mijn thuis. En ik hoop hetzelfde voor jou te worden.

Je hoeft niet meer te schreeuwen om gehoord te worden. Ik hoor je, lief lijf!

3 reacties op ‘Een brief aan mijn lijf

Deel je gedachten