Toen ik onlangs de wachtlijst van de kinder- en jeugdpsychologiepraktijk waar ik werk bekeek, viel me iets op. Ruim driekwart van de nieuwe aanmeldingen ging over de wens tot psychologisch onderzoek, vaak met de vraag of er sprake is van ADHD. Dat zette me aan het denken. Waarom is er tegenwoordig zo’n grote behoefte aan diagnoses? Wat maakt dat we gedrag pas lijken te begrijpen als het een naam heeft? In deze blog ga ik in op het doel van diagnostiek binnen de psychologie, mijn eigen ervaringen met diagnoses, waarom mensen er houvast in lijken te vinden, en hoe dit misschien iets zegt over onze huidige maatschappij.
Het doel van diagnostiek in de psychologie
De Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-5) wordt met iedere nieuwe versie dikker: er komen steeds meer beschrijvingen van gedrag bij. In de psychologie noemen we dat eigenlijk classificaties: indelingen van menselijk gedrag in bepaalde categorieën, denk aan namen zoals ADHD of autisme. Toch gebruik ik in deze blog het woord diagnose, omdat dat beter aansluit bij hoe de meeste mensen het kennen, maar weet dat ik daarmee de classificaties bedoel zoals ze in de DSM staan. Diagnoses zijn oorspronkelijk bedoeld als beschrijvende taal voor menselijk gedrag. Ze helpen professionals om met dezelfde woorden te praten over wat ze zien, en kunnen ook voor cliënten betekenisvol zijn. Ze bieden een gemeenschappelijke taal, helpen om jezelf beter te begrijpen en maken het vaak makkelijker om passende hulp te krijgen. Een diagnose kan richting geven, erkenning brengen, soms zelfs opluchting. Maar uiteindelijk blijft het een beschrijving van gedrag, geen verklaring voor dat gedrag. En precies daar zie ik dat het in de praktijk vaak misgaat.
De valkuil van een diagnose
In mijn werk zie ik vaak dat ouders hopen dat een diagnose kan verklaren waarom hun kind zich op een bepaalde manier gedraagt. Hij kan zich slecht concentreren, want hij heeft ADHD. Maar eigenlijk is het precies andersom: ADHD ís die concentratieproblemen, het vertelt niet waarom iemand daar last van heeft. Natuurlijk kun je met psychologisch onderzoek meer inzicht krijgen in iemands sterke en minder sterke kanten, maar een label zegt alleen wat er gebeurt, niet waarom. Dat ‘waarom’ is bij iedereen anders. Sommigen verliezen hun focus als er te veel tegelijk op hen afkomt, terwijl anderen juist afhaken bij routine en herhaling. Waar de één baat heeft bij stilte en planning, vindt de ander juist concentratie in beweging of afwisseling. Wat voor de één werkt, werkt dus niet automatisch voor een ander, zelfs niet als je allebei dezelfde diagnose hebt. Ook wetenschappelijk gezien weten we dat ADHD niet één ding is. Onderzoekers vinden soms bepaalde patronen bij groepen mensen, bijvoorbeeld in hoe het brein prikkels verwerkt, maar dat wil niet zeggen dat dit voor iedereen geldt.
Wat me zorgen baart, is dat diagnoses steeds vaker worden gezien als een identiteit; alsof ze bepalen wie je bént, in plaats van iets te beschrijven van wat je laat zien. Ik weet hoe makkelijk dat kan gebeuren. Jaren geleden kreeg ik zelf een diagnose, en pas veel later besefte ik hoeveel invloed die woorden op me hadden. Onbewust maakte het me kleiner: ik heb dit nu eenmaal, dus ik kan er niets aan doen. Dat label werd een lens waardoor ik naar mezelf keek. En hoewel het me eerst houvast gaf, hield het me ook tegen om verder te kijken dan die woorden. Pas toen ik het durfde los te laten, kwam er ruimte om te groeien.
Toch had ik in het begin ook juist zoveel behoefte aan een naam. Waar komt dat toch vandaan?
De behoefte om dingen een naam te geven
Wat nou als je veel last hebt van je klachten, maar ze niet precies in een hokje passen? Er komt geen diagnose. Betekent dat dan dat je last niet echt is? Natuurlijk niet, je klachten verdienen nog steeds aandacht en begrip. Precies daar lijkt het om te draaien. We willen gezien worden, gehoord worden, begrepen worden. Een label voelt soms alsof je pas dán het recht hebt om iets moeilijk te vinden: er is dus écht iets aan de hand, het ligt niet aan mij. Het is menselijk om verklaringen te zoeken; het maakt onze ervaring begrijpelijk. Maar soms verliezen we daardoor de vrijheid om gewoon te zijn wie we zijn. Onze samenleving speelt hierin mee. Het zorgsysteem is ingericht op labels: zonder diagnose is het vaak moeilijker om hulp of vergoeding te krijgen. En ook daarbuiten lijkt het soms alsof we pas begrip verdienen als we het kunnen uitleggen. Ik zou zo graag willen dat we naar een samenleving gaan waarin je gewoon kunt zeggen…
“Ik vind sociale situaties vermoeiend.”
“Ik houd niet van drukte.”
“Ik heb meer tijd nodig om te schakelen.”
…zonder dat je daarvoor een reden of naam nodig hebt. Gewoon omdat dat is hoe jij in elkaar zit.
Tot slot
Ik schrijf dit niet om diagnoses af te wijzen; ik werk er wekelijks mee en zie ook hoe helpend het kan zijn voor mensen. Het doel van mijn blog is om je eraan te herinneren dat labels nooit het hele verhaal vertellen. Ze kunnen richting geven, maar ze mogen je niet vastzetten. Blijf nieuwsgierig naar wat eronder ligt, naar wie jij bent, los van de woorden waarmee we proberen te begrijpen. Want jouw gevoelens en ervaringen mogen er zijn. Ook zonder stempel.
Heb jij zelf een diagnose? Hoe heeft dat jou geholpen, of misschien juist belemmerd? Vind jij diagnoses helpend, of herken je de valkuilen waar ik over schrijf? Laat het me weten in de reacties hieronder, of stuur me een berichtje. Ik lees graag hoe jij dit ervaart!

