Wanneer je voor het eerst in therapie gaat, leer je hem ongetwijfeld kennen: je innerlijke criticus. Je weet wel, dat stemmetje in je hoofd dat zegt dat je het nooit goed genoeg doet, dat anderen je raar vinden, of dat je beter had moeten weten. De ene keer fluistert hij zachtjes op de achtergrond, de andere keer is hij zo aanwezig dat hij alles even in beslag neemt. Hij kan gevoelens oproepen van schaamte, onzekerheid of verdriet. Het is dan ook logisch dat we er het liefst zo snel mogelijk vanaf willen. Toch blijkt het veranderen van negatieve gedachten in positieve in de praktijk helemaal niet zo eenvoudig. Sterker nog: bij veel mensen werkt het juist averechts. Hoe ga je er dan wél mee om? In deze blog deel ik mijn visie.
Je innerlijke criticus is er niet voor niets
Wat mij hielp, was me te realiseren dat iedereen een innerlijke criticus heeft. De één heeft er alleen wat meer last van dan de ander. En hoe vervelend deze compagnon soms ook is, hij vervult eigenlijk een belangrijke functie: hij wil ons beschermen. Dat voelt misschien tegenstrijdig. Negatieve gedachten doen immers pijn. Maar juist daarom grijpt de innerlijke criticus zo hard in. Door streng of zelfs gemeen te klinken, probeert hij je voor te bereiden op mogelijke kritiek van buitenaf: Als ik het alvast zeg, dan komt het minder hard binnen als het daadwerkelijk gebeurt. Evolutionair gezien is dat heel nuttig: vroeger hadden we anderen nodig om te overleven, dus was het belangrijk dat je niet werd verstoten uit de groep. Vanuit dat perspectief probeert de criticus je alleen maar binnen de “veilige lijnen” te houden. Daarnaast hebben ook onze persoonlijke levenservaringen veel invloed op hoe hij klinkt. Alles wat je hebt meegemaakt, van schaamte tot afwijzing, neemt hij mee als informatie. Zo probeert hij je door het leven te navigeren en je te beschermen tegen situaties die lijken op eerdere pijn. Alleen doet hij dat soms nogal hardhandig.
De strijd tegen de stem
In mijn persoonlijke ervaring, zowel als cliënt als als psycholoog, wordt er vaak begonnen met het leren tegenspreken van de kritische stem. Je verzamelt bewijzen waarom hij ongelijk heeft, of je probeert negatieve gedachten te vervangen door positieve (zoals bijvoorbeeld in cognitieve gedragstherapie). Dat klinkt logisch, en als dit voor jou werkt: top. Maar ik zie ook een andere kant. Bij mij zorgde het er juist voor dat de stem alleen maar luider werd. Hoe meer ik probeerde om “anders te denken”, hoe harder mijn criticus begon te roepen: “Je luistert niet naar me!” Ik weet inmiddels (en dit blijkt ook steeds meer uit onderzoek) dat we heel weinig controle hebben over welke gedachten opkomen. Ze verschijnen gewoon; de ene keer logischer dan de andere. Door ze te bestempelen als ‘fout’, creëer je niet één, maar twéé kritische stemmen: de oorspronkelijke, én degene die zegt dat je niet zo mag denken. En zo ontstaat er een innerlijke oorlog die mij in ieder geval niet verder heeft geholpen.
Hoe dan wel?
Wat nou als we de strijd eens zouden staken? Wat als we niet proberen de stem te veranderen, maar er op een andere manier naar leren luisteren? Je criticus kent je als geen ander: hij weet precies waar het pijn doet, waar angst of onzekerheid zit. Dat maakt hem (hoe irritant hij soms ook is!) juist heel waardevol. Probeer hem daarom eens nieuwsgierig te benaderen: “Hee lieve criticus, ik hoor je. Dank je dat je me wilt beschermen. Ik weet dat je het goed bedoelt. Ik neem het mee, maar ik kies zelf.” De stem hoeft niet weg. Hij is een belangrijke raadgever. Maar hij is niet degene die achter het stuur zit; dat ben jij. Je mag luisteren zonder te gehoorzamen. Je mag iets begrijpen zonder het ermee eens te zijn.
En voor de zekerheid: als dit nog niet meteen lukt, en jij en je innerlijke criticus nog wat botsen, dan is dat helemaal oké. Dat is gewoon waar jullie nu zijn. Vriendelijkheid naar je criticus begint bij vriendelijkheid naar jezelf.
Welke kritische gedachten komen er bij jou vaak op? Hoe reageer jij als die stem zich laat horen? Blijf jij een beetje vriendelijk of ben je er nog vaak mee in gevecht? Laat het weten in een reactie of stuur me een persoonlijk berichtje.

Therapievormen die bij deze manier van omgaan met je innerlijke criticus passen, zijn o.a. Acceptance and Commitment Therapy (ACT), schematherapie, mindfulness en lichaamsgerichte therapie.
