Therapievormen uitgelegd: waarom er niet één juiste is

De afgelopen tijd heb ik verschillende berichtjes gekregen van lezers die twijfelen tussen therapievormen en mij vroegen naar mijn mening over wat dan de ‘juiste’ keuze zou zijn. Allereerst wil ik zeggen hoe leuk en waardevol ik het vind om deze berichten te ontvangen, dus dankjulliewel daarvoor! Het feit dat jullie deze vragen stellen, laat al zien hoe zorgvuldig jullie omgaan met jullie mentale gezondheid. Tegelijkertijd vind ik het belangrijk om te benoemen dat er geen ‘goede’ of ‘foute’ keuzes zijn als het gaat om therapie. Iedere stap die je zet richting persoonlijke ontwikkeling is in de kern al een juiste. Hoewel ik zelf op dit moment erg te spreken ben over lichaamsgerichte therapie, omdat het mij persoonlijk veel heeft opgeleverd, betekent dat natuurlijk niet dat dit de enige of ‘juiste’ weg is. In deze blog neem ik je mee langs verschillende therapievormen. Ik sta stil bij wat we vanuit onderzoek weten over wanneer ze effectief zijn, én deel mijn eigen ervaringen: wat mij hielp, wat minder, en wanneer ik een bepaalde vorm wel of juist niet zou aanraden.

Disclaimer: dit is geen volledig overzicht van alle therapievormen die er bestaan. Ik bespreek hier alleen de therapievormen waar ik zelf ervaring mee heb.

Cognitieve gedragstherapie (CGT)

Cognitieve gedragstherapie is misschien wel één van de meest bekende en toegankelijke therapievormen. CGT helpt je om inzicht te krijgen in de samenhang tussen je gedachten, gevoelens en gedrag, en om automatische gedachtepatronen te onderzoeken en eventueel bij te stellen. Het uitgangspunt is dat niet zozeer de situatie zelf, maar de manier waarop je erover denkt, invloed heeft op hoe je je voelt en gedraagt. Het is daarom wat mij betreft een mooie eerste stap voor mensen die nog nooit eerder in therapie zijn geweest of nog weinig inzicht hebben in hun eigen patronen. Voor sommige klachten kan dit heel helpend zijn: door stil te staan bij je automatische gedachten en je af te vragen of ze kloppen, kun je jezelf soms echt verrassen. Tegelijkertijd merkte ik bij mezelf dat CGT op een bepaald punt ook kan vastlopen. Op het moment dat je rationeel al wéét dat je gedachten niet logisch of helpend zijn, maar je er toch last van blijft houden, schiet CGT vaak tekort. Ik vond de therapievorm op een gegeven moment zelfs averechts werken; alsof ik niet hard genoeg werkte om mijn gedachten te veranderen om me beter te voelen. Op dat moment helpt het wat mij betreft niet meer om tegen gedachten te gaan ‘vechten’; ze zijn er nou eenmaal. Dit was voor mij het punt dat ik op zoek ging naar een andere behandelvorm.

Eye Movement Desensitization and Reprocessing (EMDR)

Je hoort het tegenwoordig overal: EMDR. EMDR is een therapievorm die wordt gebruikt bij klachten na ingrijpende of traumatische ervaringen. Het uitgangspunt is dat zulke ervaringen soms niet goed zijn verwerkt en daardoor steeds opnieuw spanning, emoties of lichamelijke reacties kunnen oproepen. Tijdens EMDR richt je je kort op een nare herinnering, terwijl je tegelijkertijd een eenvoudige taak doet die je aandacht vraagt, zoals oogbewegingen volgen of naar geluiden luisteren. Dit helpt de hersenen om de herinnering alsnog te verwerken, waardoor deze minder heftig wordt en klachten vaak afnemen. EMDR kan heel effectief zijn en soms kunnen klachten al in een paar sessies verminderen. Tegelijkertijd is het ook een vrij specifieke therapievorm: EMDR werkt vooral goed wanneer er sprake is van een duidelijk afgebakende, ingrijpende gebeurtenis waar je een concreet beeld bij hebt. Voor mij persoonlijk werkte EMDR daarom onvoldoende, omdat mijn klachten vooral voortkwamen uit langdurige stress en onveiligheid, en niet uit één specifieke gebeurtenis.

Schematherapie

Schematherapie gaat uit van het idee dat we allemaal zogeheten schema’s hebben: diepgewortelde patronen van denken, voelen en reageren die zijn ontstaan in onze jeugd. Deze schema’s worden actief via verschillende ‘modi’, oftewel delen in onszelf. Denk aan het kwetsbare kind, het boze kind, de innerlijke criticus of juist een beschermend deel dat afstand houdt of controle wil over de situatie. Meer dan bij CGT heeft schematherapie mij geholpen om te begrijpen waarom ik de dingen denk en voel die ik denk en voel. Het gaf me taal en beelden om met meer begrip naar mezelf te kijken. Zo leerde ik mijn innerlijke criticus (dat stemmetje in je hoofd dat je vertelt dat je het nooit goed genoeg doet) niet alleen te zien als iets lastigs, maar ook als een deel dat ooit is ontstaan om mij te beschermen. Ook helpt schematherapie om dichter bij je behoeften te komen, door jezelf af te vragen wat je innerlijke kind eigenlijk nodig heeft. Voor mij was deze therapievorm erg verdiepend en waardevol in het ontwikkelen van empathie voor mezelf. Tegelijkertijd merkte ik ook hier op een gegeven moment dat ik met alle zelfliefde van de wereld dat onrustige gevoel in mijn lijf maar niet kwijtraakte. Je kunt iets cognitief en emotioneel volledig begrijpen, maar alsnog een overactief zenuwstelsel hebben. Op dat punt bleek ook schematherapie voor mij onvoldoende.

Acceptance and Commitment Therapy (ACT)

Aangezien ik na het volgen van deze therapievormen mijn spanningsklachten niet bleek te kunnen ‘oplossen’, kwam ik uit bij Acceptance and Commitment Therapy. Zoals de naam al zegt, gaat ACT over het leren accepteren van klachten die niet volledig verdwijnen, maar wel invloed blijven hebben op het dagelijks leven. Wat ACT onderscheidt van andere therapievormen, is dat het niet alleen gaat over inzicht krijgen in je gedachten en gevoelens, maar ook over stilstaan bij wat je belangrijk vindt in het leven. Binnen ACT leer je om anders om te gaan met je klachten, in plaats van ze te willen veranderen of bestrijden. Er wordt gebruik gemaakt van mindfulness, waarbij je oefent om onderscheid te maken tussen wat je feitelijk waarneemt en de gedachten die daar automatisch overheen komen. Daarnaast ligt de nadruk op het vergroten van veerkracht: leren verdragen wat er is, zonder dat dit je tegenhoudt om keuzes te maken die passen bij jouw waarden. Voor mij persoonlijk had ACT een grote impact. Het hielp me om niet langer alles te laten bepalen door angst of onzekerheid, maar om keuzes te maken vanuit wat voor mij klopte. Zo gaf ACT mij onder andere de moed om mijn baan op te zeggen en te gaan reizen.

Lichaamsgerichte therapie

Binnen de GGZ komt lichaamsgerichte therapie de laatste jaren steeds meer in beeld. Steeds duidelijker wordt dat alleen praten soms onvoldoende is. We weten inmiddels dat stress en trauma zich niet alleen mentaal vastzetten, maar ook lichamelijk opgeslagen kunnen worden. Binnen mijn opleiding in de biodynamische therapie leer ik dat het lichaam een groot zelfherstellend vermogen heeft. Lichaamsgerichte therapie richt zich op het herstellen van de balans in het zenuwstelsel, door aandacht te hebben voor lichamelijke sensaties, spanning en ontlading. In plaats van te analyseren waarom iets er is, wordt er ruimte gemaakt om te voelen wat er is, en om het lichaam stap voor stap weer veiligheid te laten ervaren. Voor mij persoonlijk was dit een essentieel ontbrekend stuk. Waar ik met andere therapievormen veel inzicht kreeg, bleef mijn lijf vaak in een staat van overactivatie. Lichaamsgericht werken hielp mij om niet alleen te begrijpen wat er speelde, maar dit ook daadwerkelijk te laten zakken in mijn systeem. Het bracht meer rust, regulatie en vertrouwen in mezelf van binnenuit.

Tot slot

Terugkijkend denk ik dat het volgen van al deze verschillende therapievormen voor mij nodig is geweest om te komen waar ik nu sta. Als ik direct met lichaamsgerichte therapie was gestart, had het waarschijnlijk niet ‘geklikt’. Ik had eerst woorden en begrip nodig voordat ik ruimte kon maken voor voelen. Iedere stap bouwde voort op de vorige. Dat betekent ook dat ik niet kan ( en wil!) bepalen welke therapievorm voor jou de juiste is. Wat helpend is, hangt af van waar je bent in je proces, wat je klachten zijn en wie jij bent als persoon. Minstens zo belangrijk is dat een behandeling goed voelt: dat je vertrouwen hebt in je therapeut en dat er een klik is. Die werkrelatie is misschien wel het allerbelangrijkste fundament waarop therapie rust. Ik heb me onderweg vaak afgevraagd of ik ‘faalde’ in therapie, omdat ik me aan het einde niet zo gelukkig voelde als ik van tevoren had gehoopt. Achteraf zie ik dat elke behandeling een belangrijke bouwsteen is geweest in het leggen van een stevig fundament. Welke vorm je ook kiest, en waar je ook begint: je bent bezig met jezelf, en dat vraagt moed. Vertrouw in je eigen proces, dan kom je er wel.

Twijfel jij (of heb je getwijfeld) tussen verschillende therapievormen? Wat maakte dat je uiteindelijk voor een bepaalde behandeling koos, of juist niet? Laat gerust een reactie achter of stuur me een persoonlijk berichtje als je je verhaal wilt delen.

Deel je gedachten