Therapie zonder trucjes: terug naar de basis

In deze blog vertel ik hoe ik jarenlang verdwaalde in protocollen en methodes, en hoe ik ontdekte dat therapie pas echt werkt wanneer we teruggaan naar de basis. Over intuïtie, belichaming en waarom werken zonder “trucjes” mij (persoonlijk) een betere therapeut maakt.

Mezelf kwijtraken in theorie

Als startend psycholoog werd ik in het diepe gegooid. Ik had na jarenlang studeren enorm veel theoretische kennis, maar nauwelijks praktijkervaring. En ineens moest ik mensen gaan helpen. Hoe dan? Het werkveld van de psycholoog draait om trainingen en cursussen blijven verzamelen: CGT, ACT, schematherapie, vragenlijsten, protocollen, diagnostisch instrumenten, én continu op de hoogte blijven van de nieuwste onderzoeken en literatuur. Het overweldigde me, en ik raakte de weg kwijt. Ik probeerde steeds meer nieuwe methodes te leren, hopend dat ik dan meer grip zou krijgen op mijn werk, hopend dat ik zo dan eindelijk een “goede psycholoog” zou worden. Maar in werkelijkheid verloor ik het contact met mezelf in al die theorie. Pas later realiseerde ik me wat er ontbrak: ikzelf. Wie ben ik als therapeut? Hoe maak ik contact? Wat past bij mij? De (universitaire) opleiding tot psycholoog is vooral cognitief; alles moet wetenschappelijk onderbouwd zijn. Er werd me zelfs verteld dat intuïtie geen plek heeft in ons vak. Maar ik voel nu juist hoe het inzetten van mijn gevoeligheid mij een betere therapeut maakt. Contact maken met een ander begint namelijk niet vanuit je hoofd. Het begint bij de plek waar je zelf aanwezig durft te zijn.

Van top-down naar bottom-up

Natuurlijk is biodynamische psychologie opnieuw een opleiding (en dus in zekere zin een nieuwe theorie) die ik volg, maar het geeft me een totaal andere ingang. Ik hoef het niet langer allemaal te bedenken of begrijpen; ik mag het gaan belichamen. Hoe dichter ik bij mezelf kom, hoe minder ik nodig heb van huiswerkbladen, protocollen en grafieken. Niet omdat ze fout zijn, maar omdat ze overbodig worden. Eerder probeerde ik cliënten in een stappenplan te persen, omdat ik dacht dat het zo hoorde. Maar het sloot niet aan; het voelde niet goed. Het was alsof ik steeds moest kiezen tussen contact maken of “de regels” volgen. Nu zie ik steeds duidelijker hoe al die zogenaamd nieuwe methodieken uiteindelijk op hetzelfde neerkomen, alleen verpakt in een andere taal. De kern is niet de techniek, maar de mens die hem toepast. En precies daar ontdekte ik iets belangrijks: mijn menselijkheid is geen valkuil, maar een kwaliteit. Tijdens de opleiding leerde ik vooral afstand houden: aanraking vermijden, niets over mezelf delen, mijn eigen gevoelens parkeren. Terwijl juist die kleine menselijke reacties zo vaak helpen om écht contact te maken. Therapie gaat niet over neutraal zijn, maar over afgestemd aanwezig zijn. En daarom voel ik steeds sterker: ik ben het instrument. Mijn aanwezigheid, mijn afstemming, mijn menselijkheid: dáár begint therapie.

Weer beginnen met behandelen

Twee jaar geleden maakte ik de keuze om te stoppen met behandelen omdat het me te veel energie kostte. Logisch achteraf- ik probeerde voortdurend iemand te zijn die ik niet was. Nu ga ik het anders doen. Vanaf deze maand ben ik langzaam weer behandelingen aan het oppakken. Dat voelt enerzijds spannend: werken zonder strak (cognitief) kader betekent dat ik een stukje (ogenschijnlijke) controle inlever, omdat ik niet langer van tevoren weet hoe een sessie zal verlopen. Maar anderzijds voel ik voor het eerst sinds mijn afstuderen weer enthousiasme voor mijn vak. Ik heb zó lang geprobeerd om het “goed” te doen, maar ik voel steeds duidelijker dat ik niet de expert hoef te zijn. Alle wijsheid zit in het lichaam van de cliënt; ik help alleen maar deze wijsheid opnieuw te openen. Dat maakt dat ik niet meer zo hard hoef te werken. Ik hoef niet langer te doen alsof ik alle antwoorden heb. Ik kan werken vanuit mezelf, vanuit verbinding. En daarin ontstaat iets nieuws: ruimte om samen te ontdekken. Om te experimenteren met wat zich op dat moment aandient. Niet vanuit een stappenplan, maar vanuit nieuwsgierigheid. Soms weten we allebei even niet wat de volgende beweging is, en juist dan gebeurt er iets echts. Het wordt een gedeeld proces in plaats van eenrichtingsverkeer. En ik denk dat dat precies is wat mijn cliënten nodig hebben: geen therapeut met perfecte trucjes of alwetende kennis, maar iemand die écht aanwezig is. Iemand die durft te voelen, zodat zij dat ook kunnen leren. Dit keer doe ik het vanuit mezelf: vol met (wetenschappelijke) kennis, maar met nog veel meer intuïtie. Niet meer doen, maar meer zijn.

Voor mijn mede-psychologen: Hoe cognitief werk jij met je cliënten? Welke plek heeft intuïtie in jouw behandelkamer? Durf jij dit al meer toe te laten?
Voor iedereen die zelf in therapie zit (of heeft gezeten): Wanneer voel jij je het meest geholpen: bij een therapeut die vanuit verbinding werkt, of bij iemand die houvast biedt via protocollen en stappenplannen?
Stuur me een berichtje of laat een reactie achter!

Deel je gedachten