Dag lieve lezers! Het is alweer even geleden dat ik een blog heb geschreven. Iedere keer wanneer ik voor mijn laptop zat om iets te delen over mijn persoonlijke proces, merkte ik dat mijn hoofd blanco was. Ondanks dat ik midden in een intense ontwikkeling zit en er voortdurend van alles in beweging is, kwamen er simpelweg geen woorden. En dat is eigenlijk precies waar deze blog over gaat: de verschuiving van top-down naar bottom-up verwerking.
Twee routes naar verwerking
Zoals de meeste van jullie weten, ben ik bezig met de opleiding biodynamische psychologie: een opleiding tot lichaamsgericht therapeut. In tegenstelling tot de cognitieve theorieën die ik heb bestudeerd tijdens mijn opleiding tot psycholoog, is deze opleiding veel meer ervaringsgericht. Het eerste jaar gaat voor een groot deel over je eigen proces. En man, wat is het een proces!
Top-down verwerking in de psychologie betekent dat je van ‘boven’ naar ‘beneden’ werkt: van je hoofd naar je lichaam. De ingang voor verandering wordt dan gezocht via je denken, je taal en je begrip. Je probeert te begrijpen wat er in je lichaam gebeurt. Je legt bijvoorbeeld verbanden tussen het hier en nu en vroeger. Je ervaring krijgt een verklaring, je gevoel krijgt een verhaal.
Bottom-up verwerking werkt juist andersom. Daarbij begin je niet bij het verhaal, maar bij de lichamelijke ervaring zelf. Bij sensaties, spanning, ademhaling, neigingen, bewegingen, tranen, vermoeidheid, warmte, druk, leegte of duizeligheid. Je begint bij wat er in het lichaam gebeurt en laat dat er eerst zijn, zonder dat je het meteen hoeft te begrijpen of te verklaren.
De ijsberg op de afbeelding past daar voor mij mooi bij: top-down werkt vooral met het meer bewuste deel boven water (ons hoofd), terwijl bottom-up juist aandacht geeft aan het het meer onbewuste deel onder de oppervlakte (ons lijf).
Ik vind het belangrijk om te benoemen dat de ene vorm van verwerking niet ‘beter’ is dan de andere. Hoewel ik zelf op dit moment volop bezig ben met het lichamelijke, ervaringsgerichte stuk, betekent dat niet dat ons hoofd onbelangrijk is. De laatste tijd hoor ik vaak dat we ‘uit ons hoofd’ moeten en ‘in ons lijf’. Hoewel ik begrijp wat daarmee bedoeld wordt, denk ik dat we moeten oppassen dat we niet van het ene uiterste in het andere schieten. Alsof denken per definitie verkeerd is, en we volop moeten streven naar voelen. De kunst is volgens mij juist om beide te kunnen. Om woorden te geven aan wat je ervaart, maar ook te kunnen blijven bij iets wat nog geen woorden heeft.
Anyway, ik ben zelf dus volop aan het leren over dat laatste. Misschien is dat ook waarom schrijven even niet lukt(e). Mijn hoofd kan nog geen verhaal maken van iets wat mijn lichaam nog aan het verwerken is. Maar misschien is juist dát proces interessant om te delen.
Als het verhaal nog ontbreekt
Wat ik merk in mijn opleiding, is dat bottom-up werken veel minder overzichtelijk voelt. Het is geen mooi afgerond verhaal, maar eerder een verzameling losse flarden. Ik voel me ineens warm worden, duizelig, boos of geraakt, zonder dat ik meteen begrijp waarom. Het is vaag, onlogisch en daardoor ook spannend. Nadenken is namelijk lang een van mijn superkrachten geweest. Verklaren, analyseren en begrijpen waren mijn belangrijkste beschermers. Ze gaven me grip in een wereld die soms overweldigend kon voelen. Ergens ontstond daardoor de overtuiging: als ik het niet kan verklaren, mag het er niet zijn. Nu leer ik om mijn ervaring er eerst te laten zijn, ook als ik die nog niet begrijp.
En dat brengt veel in beweging. Na een lichaamsgerichte therapiesessie moet ik soms uren bijslapen voordat ik me weer een beetje mezelf voel. Ook in het dagelijks leven voel ik me opener en gevoeliger. Ik merk sneller wanneer mijn systeem ‘vol’ zit, wanneer iets me raakt of waar mijn grens ligt. Het lijkt soms alsof gevoelens groter worden, maar misschien worden ze vooral helderder. Als een cameralens die langzaam scherpstelt.
Tegelijk voelt het alsof ik van alles aan het loslaten ben: controle, patronen, spanning. Dat is niet alleen bevrijdend, maar voelt vooral ook wat gekkig. Alsof de vaste grond onder mijn voeten soms even verdwijnt. Alsof iemand een sneeuwbol heeft geschud en alles in mij nog door elkaar dwarrelt. Langzaam moet het weer landen, hopelijk dit keer op een plek die iets meer klopt. Ik zit precies in dat ongemakkelijke stukje tussen hoofd en lijf. Mijn lichaam is al van alles aan het verwerken, terwijl mijn hoofd er nog geen woorden aan kan geven.
En misschien is dát ook wat het delen hiervan zo spannend maakt. Zolang ik een afgerond verhaal heb, voelt het veilig om iets te laten zien. Dan kan ik uitleggen wat er gebeurt, waar het vandaan komt en wat ik ervan heb geleerd. Dan heb ik controle over hoe het overkomt. Maar nu zit ik midden in het proces. Het is nog niet af. Het is soms warrig, gevoelig en onsamenhangend. En ergens raakt dat aan een diepere vraag: mag ik er ook zijn als ik het even niet weet? Als ik geen helder verhaal heb? Als ik nog zoekende ben? Iets met Permission to Be?
Zo. Toch nog een aardig logisch verhaal, volgens mij. Ik ben heel benieuwd of anderen zich hierin herkennen. Mag jij er van jezelf ook zijn als je het (nog) even niet begrijpt?

